Topbanner_Algemeen_MIN_Inspectie_algemeen

“Werken in een omgeving met elektriciteit brengt risico’s mee.”

Bij de overstap naar een nieuwe werkgever wilde Stan Weijers aan de slag met een andere discipline binnen de elektrotechniek. Daarom begon hij 18 jaar geleden bij Mansveld Expotech.

Al gauw was hem duidelijk dat zijn hart toch op een ander vlak lag. Omdat de werkgever wel goed beviel, maakte hij de overstap naar een ander team en kwam hij uiteindelijk bij team Inspectie terecht. Daar heeft hij als inspecteur inmiddels al heel wat gebouwen van binnen en buiten gezien.

Hij voert veel SCOPE 8 en NEN 3140 inspecties uit. “Vaak word ik naar een locatie gestuurd om een inspectie uit te voeren. Dit gaat om alle elektrische installaties, zowel binnen als buiten, ook wel gebouwgebonden installaties genoemd. Dus alles vanaf de hoofdverdeelkast en onderverdeelinrichtingen tot aan het lichtpunt of het stopcontact. Als ik daar ben en zie dat er ook elektrische arbeidsmiddelen worden gebruikt, dan wijs ik de opdrachtgever er op dat ook deze geïnspecteerd dienen te worden conform de normen van SCOPE 9.” Als daar op dat moment de opdracht niet voor is verstrekt en de opdrachtgever wil het wel laten doen, gaat Stan op een ander moment terug. Een volgende keer kunnen beide inspecties dan gecombineerd worden uitgevoerd. 

Goede tekeningen zijn essentieel

Iets waar hij regelmatig tegenaan loopt, is dat de tekeningen van de installaties op locatie niet actueel zijn. “Een inspectie wordt uitgevoerd op basis van steekproeven. Daarbij zijn tekeningen die up to date zijn, essentieel. Ik tref vaak ter plekke zaken aan die niet op tekening staan. Dan is er een extra stopcontact aangelegd of een kabel doorgetrokken. Zijn de tekeningen niet op orde, dan maak ik zelf een inschatting voor de steekproef. Zeker in een pand waar ik de eerste keer kom, kost dit relatief veel tijd en is het lastig te bepalen.”

Dit bespreekt hij ook altijd met de installatieverantwoordelijke binnen het bedrijf. Die persoon is eindverantwoordelijk en ontvangt het uiteindelijke inspectierapport. “Ik heb een signaalfunctie. Er is vaak geen sprake van kwade bedoelingen. Ik hoor ook regelmatig terug dat iets ‘al jaren zo is’. Door mensen op de risico’s van situaties te wijzen, worden ze zich er bewust van en wordt er ook iets aan gedaan. Uiteindelijk zijn ze er wel verantwoordelijk voor dat mensen in een gebouw veilig kunnen wonen of werken. En een omgeving met elektriciteit brengt nou eenmaal risico’s met zich mee.”

Bijzonder project

“Mijn allereerste project was de Heuvelgalerie in Eindhoven. Ik kreeg van mijn collega de ene dag uitleg over wat de bedoeling was. De volgende dag ging hij met vakantie. Ik werd dus echt in het diepe gegooid. Dit was een groot project, meer dan 50 verdeelkasten. De Heuvelgalerie was gewoon open dus er was ook veel winkelend publiek. Daar heb ik veel van geleerd.”

“Wat ik leuk vind aan mijn werk is de veelzijdigheid. Op locatie kan ik de klant direct laten zien wat ik constateer. Een toelichting daarbij is belangrijk. Dan begrijpen ze ook waarom zaken aandachtspunten zijn. En ondernemen ze de benodigde actie. Uiteindelijk gaat het om de veiligheid van mensen. Daar kun je geen risico mee nemen.”

“Daarnaast ben ik ook bezig met budgetbewaking en moet ik ervoor zorgen dat de werkzaamheden binnen de gestelde kaders uitgevoerd worden en dat ik toch de benodigde kwaliteit en kwantiteit lever. Mijn werk wordt regelmatig geauditeerd door een onafhankelijke partij. Dat is nodig voor het behoud van het certificaat. En het zorgt er ook voor dat ik scherp blijf.”

Tekortkomingen

Er zijn gradaties in tekortkomingen tijdens de inspectie. Sommige zaken kunnen gewoon niet wachten op de oplevering van het rapport. Die moeten direct ter plaatse hersteld worden. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een afgeknipte kabel waar nog spanning op staat. Het risico dat iemand die aanraakt en onder spanning komt te staan is gewoon te groot. “Daarnaast zijn er nog urgente aandachtspunten die wel opgelost moeten worden, maar niet direct. En tot slot zijn er de aandachtspunten. Deze zijn minder urgent. Dat neemt niet weg dat uiteindelijk alles hersteld moet worden.”

Hier speelt de verzekeraar ook een grote rol. Na oplevering van een inspectierapport met aandachtspunten krijgt de installatieverantwoordelijke de gelegenheid deze te herstellen. Als dat is gebeurd, volgt er een herinspectie. Als alles goed is hersteld, bevat het rapport geen tekortkomingen meer. Op basis van dit rapport verstrekt de verzekeraar de verzekering. Is het niet in orde, dan kan dit gevolgen hebben voor de hoogte van de te betalen premie of is het zelfs niet mogelijk de gewenste verzekering af te sluiten.

Een laatste tip

Stan wil het volgende meegeven aan installatieverantwoordelijken: “Zorg ervoor dat je revisietekeningen in orde zijn. Als je dit niet goed bijhoudt, verslechtert de installatie. Het is niet meer in één oogopslag te zien hoe het in elkaar steekt. En dan krijg je bijvoorbeeld meer storingen. Op het moment dat gebruikerseisen veranderen, vaak vanuit wet- en regelgeving, komen de pijnpunten gegarandeerd boven water. De risico’s en tekortkomingen bij inspecties nemen toe. Dit is eenvoudig te voorkomen door in ieder geval de tekeningen goed bij te houden. Ook al denk je dat het maar ‘kleine’ aanpassingen zijn die je doet, deze kunnen grote gevolgen hebben.”